Praktijkervaringen

Voor het onderzoek naar duurzame implementatie van het Buitenshuisproject, bezoek ik (Elsemiek Piepers, stagiaire Trimbos-instituut) gemeenten die deelnemen aan het Buitenshuisproject. De verhalen van de betrokken professionals – linking pin, opvang, gemeente – zijn essentieel om inzicht te creëren in wat nodig is om dit project duurzaam te maken. Ook vraag ik de professionals wat deze kinderen volgens hen nodig hebben en in hoeverre het Buitenshuisproject hierop aansluit. Deze blog gaat over het Buitenshuisproject in de gemeente Waadhoeke.

En Buitenshuis was het zeker: met maar liefst 175 km in de wielen schoof ik op 11 april allereerst aan bij het “Buitenshuisproject-overleg”: een maandelijkse vergadering met alle betrokken professionals van het Buitenshuisproject in Waadhoeke. Tijdens dit overleg werden de laatste ontwikkelingen in het Buitenshuisproject besproken; van casuïstiek tot samenwerking met externe partijen. In Waadhoeke hebben ze door de grote vraag een zijspoor van het Buitenshuisproject ontwikkeld. Hierin worden kinderen opgenomen die wel tot de doelgroep van het Buitenshuisproject behoren, maar buiten de tien ‘officiële’ plekken vallen of niet helemaal voldoen aan de inclusiecriteria vanuit het Trimbos-instituut. Het gaat hier bijvoorbeeld om kinderen die al langer af en toe naar de opvang gaan, maar door middel van het project vaker uit hun stressvolle thuissituatie kunnen worden gehaald.

“Het Buitenshuisproject is een vorm van preventie die heel concreet aansluit op de transformatiedoelen van de Jeugdwet 2015.”

Vanuit de gemeente werd aangegeven dat dit project niet alleen het antwoord biedt op een grote vraag vanuit de praktijk, maar ook mooi aansluit op het algemene jeugdbeleid in de gemeente. De focus zou sinds de nieuwe Jeugdwet namelijk meer moeten liggen op preventief werken, maar tot nu toe kwam dat nog moeilijk van de grond. Het Buitenshuisproject vormt in Waadhoeke een concrete invulling van dat preventieve werken en sluit hiermee goed aan op de transformatie van het jeugdveld.

“Bij dit project is het belangrijk om te ontbubbelen.”

Wat me opviel in Waadhoeke, zowel uit de interviews als uit het overleg ’s ochtends, was dat bij verschillende casussen out-of-the-box werd gedacht. Ook al is de financiering (er zijn nog verschillende budgetten zoals de SMI die idealiter samen één budget moeten worden) soms nog een belemmering: het belang van het kind staat altijd voorop. De gebiedsteammedewerkers die tevens linking-pin zijn in Waadhoeke zetten zich met bezieling in voor kinderen van wie ze overtuigd zijn dat dit project echt kan helpen. Tot nu toe is de financiering altijd gelukt en kon het project gratis worden aangeboden. ‘Ontbubbelen’ is hierbij een belangrijke vaardigheid: niet te moeilijk denken, buiten je eigen bubbel gaan en proberen elkaars taal te verstaan.

“Het gedachtegoed is breed gedragen en de vraag is groot, maar we moeten wel de kaders helder hebben voordat het storm gaat lopen”.

Tot nu toe zijn de gezinnen vooral vanuit de gebiedsteams zelf onder de aandacht gebracht. Er zijn een paar doorverwijzingen vanuit externe partijen, en zelfs gezinnen onderling wijzen elkaar op het Buitenshuisproject. Heel veel aanmeldingen kunnen de haalbaarheid van het project echter in gevaar brengen, en soms is het dus nog moeilijk om de balans te vinden in hoeverre externe partijen worden betrokken voor actieve doorverwijzing. Het is de bedoeling dat dit project op de lange termijn namelijk in Waadhoeke kan blijven bestaan, vandaar ook het zelf ingerichte zijspoor.

“Ik zie dat het beter met de kinderen gaat, ik zie dat ze groeien”.

Op de kinderopvang worden de eerste positieve resultaten van het Buitenshuisproject gezien. Doordat het kind in een reguliere situatie tijd doorbrengt, kan het ‘normaal’ zijn en vriendschappen opbouwen. Ook lijken de ouders ontlast te worden door het project. Of het Buitenshuisproject echter genoeg is om het welzijn van kinderen te verbeteren, kan per gezin verschillen. In sommige interviews kwam naar voren dat ook thuis iets moet veranderen. Veiligheid en voorspelbaarheid in de gezinssituatie zou de basis moeten zijn voor ieder kind.

“Enthousiasme, continuïteit en inzet.”

Tot slot waren enthousiasme, continuiteit en inzet volgens nagenoeg alle professionals belangrijk om dit project duurzaam te kunnen implementeren. Ik vond het in ieder geval mooi om te zien dat deze waarden op dit moment zeker aanwezig zijn in Waadhoeke en ben benieuwd hoe het in de toekomst verder gaat. Op naar mijn volgende stop: Almelo!